Sacramenten zijn uitgelezen kansen om het leven te heiligen
Als de lucht om je heen
“Als de lucht om me heen!” Zonder lucht kan je niet ademen, kan je niet leven. Wat is er net zo levensnoodzakelijk als de lucht om je heen? Voor een gelovige is dat God. Ook al kan je Hem niet meteen zintuigelijk ervaren, toch is Hij altijd en overal aanwezig. Als de lucht om je heen, onafscheidelijk verbonden met het leven, zo is God.
Dat mensen bij momenten zich bewuster willen zijn van deze diepe verbondenheid, is niet vreemd. Velen proberen God dichter op het spoor te komen door gebed en offer. Zo hopen ze het Mysterie te benaderen. Maar ook omgekeerd is er een beweging: God komt zelf tot de mens. Die stap wordt als heilig (sacer) ervaren, omdat mensen er door God aangeraakt worden. Elke touch is heel speciaal. Mensen worden lichamelijk en spiritueel benaderd. Gods liefdevolle aanraking wordt zichtbaar en voelbaar in symbolen en rituelen. Die bewegingen van God naar de mensen toe worden sacramenten genoemd. In dat woord sacrament zit zowel het Latijnse sacer (heilig) als secretum (geheim).
Sacramenten zijn heilige geheimen, zeg maar: geloofsgeheimen. Ze vertolken een diepgaand mysterie. Voor de katholieke Kerk zijn de sacramenten door Jezus Christus zelf ingesteld. Het was Zijn verlangen om mensen steeds nabij te zijn door hen genade te schenken, hun geloof te versterken en spirituele kracht te bieden.
Drie soorten sacramenten
De Catechismus van de Katholieke Kerk schrijft: “De Sacramenten raken alle fasen en belangrijke momenten in het leven van de Christen: zij brengen het geloofsleven van de Christen tot ontstaan en groei, verlenen genezing en zending. Er bestaat dus een zekere gelijkenis tussen de fasen van het natuurlijk leven en die van het geestelijk leven.”Op basis van deze gelijkenis worden de sacramenten in drie groepen opgesplitst:- de sacramenten van de initiatie, die het geloofsleven doen ontstaan en groeien;- de sacramenten van de genezing;- de sacramenten van de zending of dienstbaarheid.
Drie in één: de initiatiesacramenten
Bij de initiatiesacramenten gaat het om het doopsel, het vormsel en de eucharistie. Bij een volwassendoop tijdens de paasnacht worden deze drie sacramenten tijdens dezelfde liturgie toegediend. Op vandaag worden ze meestal nog opgesplitst: het doopsel kort na de geboorte, de communie op 6 of 7-jarige leeftijd, het vormsel op 12 jaar (uitzonderlijk op 18 jaar voor jongeren die kiezen voor ‘de lange weg’).
Vroeger, in de periode van de eerste kerk, toen er nog helemaal geen sprake was van kinderdopen, toen werden alleen volwassenen gedoopt na een intense voorbereidende periode. Na het doopsel op paasnacht volgde meteen het vormsel en daarna de communie. Toen hoorden de initiatiesacramenten nog samen, en wel in deze volgorde: doopsel – vormsel – eucharistie.
Pas veel later werden kinderen gedoopt. Het vormsel en de plechtige communie (de eerste communie noemde men de plechtige communie) volgden dan op 12-jarige leeftijd. Sinds het begin van de 20ste eeuw, toen paus Pius X besliste dat jonge kinderen vanaf de leeftijd van 6 jaar de communie mochten ontvangen, werden de drie initiatiesacramenten gespreid over drie momenten in de kindertijd. Hierdoor veranderde ook de oorspronkelijke volgorde. Sindsdien was het doopsel – eucharistie – vormsel.
Twee sacramenten van genezing: ziekenzalving en biecht
De sacramenten van de genezing verwijzen naar lichamelijke en geestelijke heling. Hier valt de ziekenzalving meteen op. In de eerste eeuwen van de kerk werd de ziekenzalving toegediend aan mensen bij wie men hoopte op genezing. Wie pijn had of gewond was, werd met olie gezalfd. De brief van Jakobus in het Nieuwe Testament getuigt over dit gebruik. Vanaf de 9de eeuw zalfde men vooral stervenden. De ziekenzalving werd hierdoor vernauwd tot het sacrament van de stervenden of ook het heilig oliesel genoemd. Met de dood voor ogen werden de zonden vergeven. Op vandaag sluit men opnieuw aan bij de oorspronkelijke betekenis van de ziekenzalving.
Dit sacrament dient dus niet uitsluitend voor wie in uiterst levensgevaar verkeert. De Kerk beschouwt dit sacrament niet langer als een overgangsritueel van leven naar dood.
Door handoplegging en zalving hoopt de Kerk met Gods genade de zieke beter te maken.
Het tweede genezingssacrament is de biecht. Dit sacrament wil de innerlijke kwetsuren van mensen tot genezing brengen: vrij van zonden voor God en de medemens mogen staan. Ook dit sacrament kent een grote ontwikkelingsgeschiedenis. Aanvankelijk was het verbonden met het doopsel en was het dus eenmalig. Later ontstond de mogelijkheid om regelmatig tot vergeving te kunnen komen. In de devotiebiecht uit de vorige eeuw lag de nadruk te sterk op het vrij van zonden zijn tegenover God. Wie rein voor God stond, kon naar de communie. Zo kwam het veel voor dat mensen kwamen biechten vlak voor de eucharistieviering. Wie niet naar de biecht ging, kon dan ook de communie niet ontvangen. De laatste decennia worden de tekortkomingen tegenover elkaar eerder als zonden in Gods ogen gezien. Hierop wijst de alternatieve naam van sacrament van de verzoening trouwens ook naar.
Of zoals Jezus het zelf zei: ‘Verzoen u eerst met uw broeder en kom dan met uw offergave’ (Mt.5,24b). De horizontale dimensie (relatie met de medemens) is even belangrijk als de verticale dimensie (relatie met God) bij het sacrament van de verzoening.
De sacramenten van dienstbaarheid: huwelijk en wijding
De derde groep sacramenten staan ten dienste van de geloofsgemeenschap. Ze zijn gericht op het heil van de ander. Het eerste sacrament van de dienstbaarheid is het huwelijk. Man en vrouw dienen elkaar dit sacrament toe. De priester of diaken bidt om Gods zegen en is er de kerkelijke getuige van. In het huwelijk willen de gehuwden zich dag aan dag ten dienste stellen van elkaar.Het andere sacrament van de dienstbaarheid is de wijding. De bisschop wijdt mannen tot diaken of priester om hiermee Jezus in hun diaconie aanwezig te stellen. Zo is een gewijde geroepen tot levende icoon van Christus zelf.
Het sacrament der sacramenten: de eucharistie
Sacramenten geven kracht en betekenis aan het leven. Ze bevestigen een geloofskeuze, ze treden helend op of ze roepen op tot engagement. Sacramenten bieden de vruchten van de verlossing en het geluk dat Jezus ons beloofd heeft. Hierin is de eucharistie enigszins anders. De gelovigen ontvangen veel meer dan de vruchten van het beloofde heil. Ze krijgen in het Woord en het Brood dat aangeboden wordt de Heer Jezus zelf, de Bron van het heil.Geen wonder dus dat de Kerk de eucharistie als het belangrijkste sacrament beschouwt.
Individueel of in groep
Sommige sacramenten zijn uiterst individueel, zoals de biecht. Andere zijn een groepsgebeuren. Denk hierbij aan het doopsel, de eucharistie (die start met de eerste communie), het vormsel, het huwelijk of de wijding. Ook de ziekenzalving is meer dan een individueel gebeuren. Gods Geest raakt in dit heilig geloofsgeheim ook het hart van de aanwezigen. Hun nabijheid is voor de zieke helend en tekenend voor Gods zorg.
Zijn het er altijd zeven?
Ja, toch in de rooms-katholieke en Orthodoxe Kerk. Zeven momenten ingesteld door Christus om mensen helend nabij te zijn bij bepaalde momenten op hun levensweg. Maar dat is niet zo bij elke christelijke kerk. De protestanten kennen maar twee sacramenten. Voor hen tellen alleen het doopsel en het avondmaal (de eucharistie). Dat komt omdat er alleen over die twee sacramenten sprake is in de evangelies. Protestanten vertrouwen alleen op de Schriften. Wat gegroeid is in de kerkgeschiedenis, is niet echt voor hen. Alhoewel… de Duitse hervormer Maarten Luther (1483-1546) vond ook nog Gods genade in de biecht. Voor hem en zijn volgelingen zijn er dus geen twee, maar drie sacramenten.
En de sacramentalia?
Dat woord lijkt dan wel goed op sacramenten, toch is het een ander begrip. De sacramentalia zijn heilige tekens, niet door Jezus, maar door de Kerk ingesteld. Sacramentalia willen verschillende situaties in het leven heiligen.
Zo vragen mensen om hun nieuwe wagen te zegenen. Anderen verlangen ernaar om hun huis te laten inzegenen. Hiervoor wordt vaak gewijd water gebruikt. Ook kleinere voorwerpen kunnen gezegend worden. Denk hierbij aan trouwringen, een rozenkrans, een kerststal. Veel meer dan materiële zaken worden mensen gezegend. Een gelovig koppel zegent elkaar of ze tekenen met het kruisteken hun kinderen voor het slapen gaan.
Wist je trouwens dat zegenen in het Latijn benedicere is, en dat is letterlijk vertaald elkaar het goede toewensen. In elk goed woord dat mensen voor elkaar uitspreken is God heel nabij.Als lucht om ons heen, zo is God voor de gelovige. Zo goed, zo onontbeerlijk! Stel je voor dat er geen lucht was…
Diaken Johan Vandezande








