Bezinning
ZESENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR
BIJ Mt 21, 28-32
Ja, je kan op mij rekenen, ik zal er zijn en doen wat je van me vraagt …Ik maak tijd voor je en wil luisteren naar je verhaal … Ik kom wel eens langs volgende week … Ik moet het alleen maar even noteren in mijn agenda en dan komt het wel in orde …
Veel gehoorde beloften.
Maar heel vaak komt er iets tussen,
is er een ander, belangrijker item dat plots onze aandacht vraagt
en floeps, onze belofte vergaat als sneeuw voor de zon …
Ja zeggen en neen doen: zijn we daar niet allemaal sterk in?
Soms uit onmacht, soms uit vergetelheid of gemakzucht.
Of we hebben het te druk,
er zijn te veel andere dingen die beslag op ons leggen.
Of we nemen teveel hooi op onze vork.
Alle excuses zijn goed …
Kun je dan niet beter wat minder beloven?
En neen zeggen als je weet dat het wellicht niet allemaal haalbaar is.
Als je dan toch een gaatje vindt in je agenda,
kun je mensen blij verrassen door een onverwacht bezoek te brengen bij iemand die eenzaam is,
door een uur tijd te maken voor een zieke tante
of door even te bellen naar die vriend die je lang niet meer hebt gehoord.
Zo kan je neen een echte ja worden, geen ja maar…
Toen ik kind was, haalde mijn broer het bloed van onder mijn moeders nagels
door steevast neen te zeggen, als ze iets aan hem vroeg.
Om dan stante pede de opgelegde taak tot een goed einde te brengen.
Maar hier was de neen wellicht geen echte neen …
Anne Leblicq








