Ik weiger om mij in het duister te verliezen
Ooit hadden we in Izegem een bloeiend opleidingscentrum van de paters kapucijnen. Vandaag blijft het gerestaureerde kapittel, de vroegere kapel van de paters, een stille getuige van hun aanwezigheid. De multifunctionele ruimte is onderdeel van het wzc ’t Pandje, geïnspireerd op het gedachtengoed van Sint Franciscus van Assisi.
Ook de bewoners van het San Damianoklooster in Den Bosch, Nederland, putten uit diezelfde bron. De kapucijnen en franciscanen die er wonen proberen er een evenwicht te vinden tussen gebed en dienstbaarheid aan de gemeenschap rondom hen Zo bieden ze ook studentenkamers aan. Eén van die studenten was vorig academiejaar Karlijn Geerts (°2001). Ooit startte ze een studie toegepaste wiskunde, maar uiteindelijk bleek theologie meer haar ding. Haar derde jaar bracht haar voor haar stage naar het San Damianoklooster. Ze studeerde er niet alleen, ze woonde en werkte er en nam deel aan de gebeden.
In het laatste nummer van het Francesco Magazine verscheen een gedicht van Karlijn. Sinds begin 2026 vervangt dit tijdschrift eerdere publicaties zoals Alle Goeds, Handdruk, Minderbroeders Franciscanen en Met Kap en Koord. Nu hebben de franciscanen in Nederland en Vlaanderen één gezamenlijk en vernieuwd tijdschrift: Francesco Magazine. Dit tweemaandelijkse blad verschijnt zes keer per jaar en is gratis beschikbaar.
Karlijn Geerts schreef naar aanleiding van haar worsteling tegen anorexia onderstaande tekst. Tijdens één van haar stages in het kader van haar opleiding kreeg zij de volgende vragen voorgeschoteld. Wat roept het uitdrijven van demonen door Jezus bij jou op? Heb je daar zelf ervaring mee? Welke rol speelt Jezus daarbij? Die vragen voerden haar terug naar een donkere periode in haar leven. Ze zat volledig vast in een eetstoornis. Die nam alle licht en leven uit haar weg. Ze besefte uiteindelijk dat ze hier op eigen kracht niet uit zou komen. Zij vond steun in haar geloof.
De kracht van de tekst zit in zijn structuur. Als je het van voor naar achter leest kom je terecht in de duisternis die Karlijn omgaf tijdens haar ziekte. Als je het echter omgekeerd leest, schijnt het licht weer in de tunnel en is er hoop voor de toekomst.
De duisternis heeft mij in haar macht gekregen
en ik zou liegen als ik zeg:
Het licht schijnt in de duisternis
het vuur dooft nooit meer.
Nee. Het licht en de warmte stralen
niet meer.
Ik geloof het
als mijn gedachten zeggen dat het beter zou zijn als ik er niet meer ben.
Ik weet dat het niet klopt
als mensen zeggen dat er van me wordt gehouden
Ik geloof het
niet dar er een Verlosser en een Bevrijder is die de wereld heeft gered.
Ik twijfel
of deze wereld een plek is war ik mag zijn.
God weet
Dat ik hier niks te doen heb.
Ik denk niet
dat God van mij houdt.
Ik ben er zeker van
dat ik niet kan worden vergeven en genezen.
Het is belachelijk om te denken
dat Jezus de Zoon van God is, die mij kan verlossen van het Kwaad.
Ik geloof
dat wie Jezus volgt zichzelf verliest.
Leugenaars zeggen
God kent mijn hart.
Niemand ziet mijn pijn, mijn verdriet, mijn angst, mijn gebrokenheid.
Het is waanzin om te zeggen
dat Jezus mij genezen kan en
ik vertrouwen heb in God.
Steeds opnieuw moet ik laten zien dat
ik het alleen kan,
ik denk niet dat herstel mogelijk is.
Keer op keer blijkt dat
het leven zinloos is.
Ik weiger om te geloven dat
ik kan worden bevrijd.










