Bezinning: Arbeiders van het eerste uur
VIJFENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR
BIJ Mt 20, 1-16
Arbeiders van het eerste uur,
altijd klaar om te doen wat moet,
van op de eerste rij.
Werkers van het eerste uur,
altijd uitverkozen,
altijd als eerste aan de slag.
De burgerlijk vooraanstaanden,
hoog op de sociale ladder,
met macht en rijkdom,
respectabel en overal bijbehorend,
mensen die denken het beter te weten,
beter te zijn …
Zijn zij de eersten misschien?
Arbeiders van het elfde uur,
treuzelend,
wachtend,
verlangend en zoekend,
want niemand kiest hen uit.
Armen,
maatschappelijk marginalen,
zieken en mensen met beperkingen,
mensen onderaan de ladder,
te groot, te klein, te oud, te jong,
onhandig of onkundig,
zonder kracht,
zonder doorzettingsvermogen,
met weinig vooruitzichten:
de mensen die niemand wil,
wellicht zijn zij de laatsten …
Pas als de avond valt, worden ze uitgekozen.
Bij God
geen ‘loon naar werken’,
geen ‘rechtvaardige’ verloning voor vele uren werk,
maar enkel goedheid:
iedereen gelijk behandeld,
zoals afgesproken was …
De laatsten zullen nog wel de eersten zijn …
Waarom dan die haast?
Anne










