’t Zomert in de kerk met Mark Van de Voorde
Op vrijdag 28 augustus beleefden we in de Sint-Michielskerk een geslaagde editie van ’t Zomert in de kerk met een boeiende getuigenis van Mark Van de Voorde.
In het eerste deel vertelde hij op een bevlogen manier over zijn jeugd en zijn beroepsleven. Hij werd perschef in het Bisdom, hoofdredacteur van Kerk en Leven en werkte op het kabinet van Yves Leterme als speechschrijver: drie keuzes die voor hem aanvoelden als onverwacht maar waarop hij ‘Ja’ zei omdat hij het als zijn persoonlijke roeping beschouwde.
Na die ‘kennismaking’ vloeide zijn verhaal over in een getuigenis over zijn geloof. Hij haalde daarbij Dietrich Bonhoeffer en Titus Brandsma aan als twee figuren die hij voor zichzelf als voorbeelden ziet van waarachtig christelijk leven. Elke christen zou moeten zijn: mysticus, realist én activist, of toch tenminste moeten streven hiernaar want we zijn allemaal zo kwetsbaar en onvolmaakt. In alles en iedereen is God en vanuit God leven we. Maar daaruit volgt dat we ook ten volle in de realiteit van het leven moeten staan én onze tegenstem laten horen in alles wat onrecht is. Geloof en engagement gaan samen. Religie is geprivatiseerd geraakt, los van de maatschappij en de cultuur van deze tijd. We moeten leren om als christenen zonder vrees terug in het leven te gaan staan en betekenisvol te zijn voor de ander, vanuit God. Mystiek is overgave aan God en van daaruit medemens zijn: consequent je volle verantwoordelijkheid opnemen. Overgave betekent ook: volharden in geloof, ook als het moeilijk wordt en de twijfel de overhand krijgt. We mogen geen angst hebben maar moeten durven spreken vanuit een diep vertrouwen. Kernwoorden waaraan Mark Van de Voorde denkt als men hem vraagt de Bijbel samen te vatten zijn: En toch … Die puntjes staan voor een eindeloze reeks van hoopvolle Godsgeschenken ‘ondanks’. Daar gaat de Bijbel uiteindelijk over: dat, ondanks pijn en wanhoop, haat en vernieling, zonde en zwakte, lijden en dood … er hoop is, beterschap, liefde, vrede, barmhartigheid en verrijzenis.
De mens valt altijd weer, en toch … mag hij opstaan. God lijkt afwezig, en toch … zal Hij er altijd weer zijn. We zijn zo vaak wanhopig, en toch … is er hoop. Het kwaad lijkt oppermachtig, en toch … wordt de tiran van de troon gestoten.
Mensen kunnen zo hatelijk zijn, en toch … overwint altijd weer de verzoening. We doen ook altijd weer wat we niet willen, en toch … is er ook altijd weer vergeving. Oorlog heerst, en toch … wint de vrede. Ons leven is eindig, en toch … is er leven na de dood.
Een boeiend stukje volgde over hoe mensen in deze tijd – los van God – streven naar geluk en perfectie in lichaam, geest en ziel. Hij gaf tal van zeer herkenbare voorbeelden hiervan. Maar dat geluk en die perfectie kunnen niet bereikt worden want we zijn nu eenmaal o zo fragiel. De mens is geen gelukzoeker, de mens is een zinzoeker. Het geluk is een bijproduct van een zinvol leven. Tot een zinvol leven horen de aanvaarding van de eigen kwetsbaarheid en de aandacht voor de kwetsbaarheid van de ander.
Overgave dus in de Paulinische betekenis: ‘Pas als ik zwak ben, ben ik sterk in de kracht van God’. Ik leef van de genade die mij tilt boven mezelf. Overgave ook in de Bonhoeffersche betekenis: verzet en overgave. ‘Verzet je en geef je verzet over aan God, Hij kan er meer van maken dan jij.’
Mark Van de Voorde eindigde met een citaat van de zeventiende-eeuwse Hongaarse jezuïet Gabor Hevenesi: ‘Vertrouw zo op God alsof het resultaat van je werk van jou en niet van God afhangt; en zet je zo in alsof niets door jou maar alles door God tot stand gebracht zal worden.’
Na deze boeiende getuigenis werd er gezellig nagepraat met een drankje.
Erna Nevejant











